Recensie over: De geur van kolen

Ik wil u hartelijk danken voor het plezier dat ik ondervond bij het lezen van uw boek “De geur van kolen”. Er zijn gedeelten, waarin ik het Heerlen van toen in mijn geestesoog voor me zie.
Op zaterdag 4 januari verscheen een recensie van uw boek in de bijlage van het dagblad “Trouw”. Die dag was ik al vroeg in Heerlen om vervolgens naar Aken door te reizen. Op de terugweg was ik aan de late kant en ben ik dus ook niet in Heerlen geweest. Toen ik op maandag mijn verlate weekendkranten had opgehaald vond ik de recensie. Dankzij internet had ik het boek enige dagen later in huis.
In het kort hoe die band met Heerlen ontstond. In 1959 met mijn ouders op vakantie in Zuid-Limburg, Bocholtz. Daar kwam je toen met de bus vanaf station Heerlen. Dat beviel zo goed, dat wij daarna nog veel in Bocholtz de vakantie doorbrachten. In 1965 zat ik midden in het praktijkjaar van de HTS en ik kon een stageplaats krijgen op Staatsmijn Wilhelmina in Terwinselen. In Bocholtz in de kost. Behalve carnaval gevierd heb ik er het mijnbedrijf in alle facetten gezien en ik kijk nog steeds met plezier op die periode terug. Ik koester eigenlijk die ervaring, zeker de ondergrondse op -537 m. in een pijler van ca. 70 cm hoogte.
Bij het lezen van de passages over het verzet sprong de naam Bongaerts eruit. Ten eerste omdat hij de brandweercommandant was en ik later beroepsbrandweerofficier geworden ben. Ten tweede zijn plaats van overlijden, het kamp Ladelund. Ik heb als vrijwilliger meegewerkt aan het boek “Nederlanders in Neuengamme”. Het kamp in Ladelund was een buitenkamp van Neuengamme. De heer Bongaerts wordt in de slachtofferlijst in het boek vermeld. In de database van de “Stichting Vriendenkring Neuengamme” is waarschijnlijk meer over hem bekend, voor zover het te achterhalen was.
Ik wil u nog een gebeurtenis in Heerlen vertellen, misschien tekenend voor de situatie nu. Op 7 juli 2012 ging ik naar Heerlen, voor Heerlen en omgeving. Mocht het mogelijk zijn dan wilde ik eens gaan kijken wat er nog terug te vinden was van de “Willemien” en omgeving. De steenberg zou een sportieve bestemming hebben gekregen. Toen ik het station uit kwam werd ik spontaan blij met de welkomsttekst op het VVV-huisje (zie de foto). Toen ik mijn plan had verteld en vroeg welke bus ik zou moeten nemen kreeg ik te horen, dat Terwinselen helemaal onbekend was. Niet alleen bij degene, die mij te woord stond, maar bij alle aanwezigen. Zelfs het gebruik van de steenberg was nauwelijks bekend. Ik ben daarna maar wat door Heerlen gaan zwerven en kon ik al de allereerste, heel vroege, hoogstamkersen op de markt kopen. Een reden om in de zomer naar Heerlen te gaan.
Ik hoop, dat uw boek een succes wordt en ik dank u nogmaals.

Recensie door: Jean van Roon