Recensie over: Heil uit de diepte (Kolen, kerk en ketterij)

In de 18de eeuw gaat het om verdieping met een accent op het strikt religieuze (o.a. een strikt jansenisme), maar ten gronde eigenlijk nog meer op het economische, met macht als gevolg die terug te vinden is op vlak van politiek en rechtspleging. Hoofdpersonages: de Rolducse Augustijner-abten Johan Bock (1683-1712), Fran├žois Delhey (die voor twee historische abten staat), Verhaghen (weerom twee historische abten) en Peter Chaineux (1782-1796); enkele virulente anti-jansenisten; een lokale adel met 'nouveaux riches' die eveneens in de uitbating van koolmijnen geinteresseerd zijn (de familie Poyck, rond het kasteel Erenstein). Komen verder aan bod: mijnwerkers (met een van hun voormannen, Jo Vorst) die het zoals legio is voor arbeiders aan de zwakste kant staan, maar ook de bokkenrijders, enkele kloosterlingen die niet binnen het abdijharnas passen, een kloosterlijke isoleercel, de rechtscultuur uit die tijd, de tortuur; pauselijke bullen,... Deze verhaallijn integreert een tweede lijn. In de 20ste eeuw is er het verhaal van Ton Wegerink met de probleemstellingen in de jaren 60 in gezin en op het werk. Door zijn onderzoekswerk is Wegerink een brug tussen 18de en 20ste eeuw.

Van opleiding een antropoloog, gaat auteur ervan uit dat er een vermenging bestaat in het leven tussenhet levensbeschouwelijke, het economische en het politieke, in het individuele menselijk handelen toe, zij het met specifieke accenten naar gelang van de prioritaire persoonlijke en professionele identificaties. In het 18de eeuwse Rolduc hangt het er dus maar vanaf wat een abt of een kloosterkapittel als de meest relevante interpretatie van zijn 'verdieping' ervaart: het uitdiepen van de koolmijnen of dit van de zuivere katholieke leer. De roman laat zien hoe ook een leer die de hoogste zuiverheid nastreeft (het jansenisme), er niettemin meestal in slaagt om het economische eigenbelang tegelijk te blijven dienen. Kritisch wetenschappelijk opzoekingswerk helpt de auteur zijn roman goed te onderbouwen.

Is dit een streekroman? Geenszins. Het is een romanbenadering zoals een Tomasi de Lampedusa, zij het veel gecondenseerdere vorm, op Sicilie toegepast heeft in zijn Gattopardo. Het verhaal brengt iets over een regio, maar tegelijk spreekt het impliciet over grensgebieden overal in Europa, en vooral... het gaat tegelijk om listen en lusten zoals ze 'des mensen' en 'van alle tijden' zijn. Een aanrader.

Recensie door: Johan Leman (hoogleraar theologie - Leuven)